Terug naar het overzicht

XL: Tractoren en landbouwmachines

Volgende

Wie (letterlijk) een grootse toekomst voor ogen heeft, kan aan de slag in een garage voor tractoren, landbouwmachines en hooimachines. De banden van een tractor zijn 2 meter hoog, de versnellingsbak heeft 48 versnellingen en je moet ook wat afweten van hydraulica. “De basis leer je op school, de rest op de werkvloer!” Jan, Paul, Geert en Bea runnen hun eigen garage voor tractoren van Deutz-Fahr, landbouwmachines en hooimachines. Ze namen de zaak over van hun vader.

XL versnellingsbak

XL versnellingsbak

Tractoren zijn niet alleen hoger dan auto’s, ze zijn ook een stuk complexer. “Wie sleutelt aan tractoren, moet
het groots aanpakken”, zo vertelt Jan. “Een moderne tractor heeft bijvoorbeeld 48 versnellingen: 24 vooruit en 24 achteruit. Omdat een tractor heel traag (meestal tegen zo’n 8 km/uur) over een akker moet kunnen rijden, is het superbelangrijk om in alle omstandigheden precies de juiste versnelling te kunnen kiezen.”

 

 

Meer dan een trekhaak

Als een auto een trekhaak heeft, dan kan je daar een aanhangwagen of een caravan aanhangen. Zo’n aanhangwagen of caravan volgt dan gewoon de auto, meer niet. Bij een tractor ligt dat anders. Als je er een machine aan koppelt (bijvoorbeeld een zoutstrooier, een maaier, een ploeg of een hooimachine), dan kan je die machine vanaf de tractor optillen, laten zakken en aandrijven. Dat gebeurt via een roterende aandrijfas of via olieslangen met oliedruk. “Elke tractor heeft een aandrijfas die de machine laat draaien en hiervoor de kracht van de motor van de tractor gebruikt. Een hefinrichting (hydraulische slangen bijvoorbeeld) zorgt ervoor dat het achterste deel kan draaien en heffen. En als de tractor stopt, moet natuurlijk ook het achterste deel kunnen remmen. Daar zorgen de luchtremmen voor.”

Alle belangrijke onderdelen van de tractor, zoals de luchtremmen, de hydraulische toepassingen en de aandrijfas, bevinden zich achter aan de tractor.

Luxe troef!

Wie dacht dat een tractor een gammel en log voertuig is, heeft het mis. Moderne tractoren hebben alle comfort. Elke tractor heeft standaard airco, een geveerde vooras, een geveerde cabine én een luchtverende stoel, waardoor hij quasi schokvrij is. Bovendien dragen ook tractoren hun steentje bij tot milieuvriendelijk rijden. “Om aan de uitlaatgasnorm te voldoen, zijn er heel wat maatregelen genomen. Moderne tractoren zuigen bijvoorbeeld de slechte uitlaatgassen opnieuw op. Goed voor het milieu, maar wel een extra belasting voor de motor.”

Nog meer comfort: een tractor kan zelfs ‘geprogrammeerd’ worden, zodat hij bepaalde handelingen en manoeuvres volautomatisch uitvoert. “Een bepaalde cyclus bij het ploegen van een akker kan behoorlijk ingewikkeld zijn. Je kan de tractor zo instellen dat ie steeds dezelfde handelingen herhaalt (bijvoorbeeld stoppen, handeling X, een meter vooruit rijden, handeling Y).”

Onderhoud

Onderhoud

Een tractor vraagt meer onderhoud dan een gewone auto. “Een tractor gaat makkelijk 20 tot 25 jaar mee. Onderhoud is dus ontzettend belangrijk. Een gewone auto zal je sneller inruilen voor een nieuw exemplaar, bij een tractor moeten we veel meer onderdelen vervangen. Carrosserie is dan weer minder belangrijk. Een tractor is een werktuig, een deuk in de voorkant is echt geen probleem.” Het onderhoud van een tractor is een heel technische aangelegenheid. “De motor is vergelijkbaar met die van een gewone auto. Maar de versnellingsbak is een stuk complexer. Bovendien moet je veel van hydraulica en elektronica kennen. Hydraulica zorgt ervoor dat alles wat achter aan de tractor hangt als hefboom kan dienen of zelfstandig kan draaien. Hiervoor wordt olie in een hydraulische slang gepompt tot 200 bar. Die druk zorgt ervoor dat de tractor een laadbak van 25 ton kan leegkippen, een ploeg kan bedienen of mest kan opzuigen.”

SOS Jan

Voor onderhoud en herstellingen maakt Jan gebruik van moderne diagnosetechnieken. “Een computer is noodzakelijk. Er zit heel wat elektronica en hydraulica in een tractor, dus vaak is het wel even zoeken naar de juiste diagnose. Ik zoek in elektrische schema’s op de computer naar de mogelijke oorzaak van de storing.” Maar klanten kunnen ook telefonisch een beroep doen op het diagnosetalent van Jan. “Een tractor kan zelf een foutcode doorgeven. Aan de hand van die code kan ik telefonisch al veel problemen oplossen. Soms ben ik echt SOS Jan!” Al die complexe problemen, betekent dat niet dat Jan zich voortdurend moet bijscholen? “Absoluut! Ik volg geregeld extra opleidingen. Bovendien verandert er ook veel; er komen steeds nieuwe toepassingen bij, er worden nieuwe technieken toegepast of andere materialen gebruikt. Met gezond verstand kom je al ver, maar extra opleiding is zeker nodig.”

Als je aan de slag wil in een tractorgarage, dan is een diploma Autotechnieken (BSO of TSO) een goeie start. Extra bijscholing is nodig, maar die krijg je op de werkvloer. En dan is er ook nog de zogenaamde Xfactor. Jan: “Moeilijk om uit te leggen, maar je moet het ‘in je hebben’.”